Terwijl duizenden lopers afgelopen zondag de marathon van Rotterdam trotseerden, stonden langs het parcours tientallen medische professionals paraat. Van blaren tot hitteberoertes – bij elke kilometer telt de juiste zorg. Internisten Sandra de Bie en Martijn de Voogd van het IJsselland Ziekenhuis vertellen over een dag waarop alles draait om snel handelen, scherp blijven en samenwerken.
Ruim 500 hulpvragen, 150 hulpverleners
Ruim 40.000 mensen schreven zich in voor de marathon (kwart en hele). Voor velen eindigde het avontuur met een medaille. Voor zo’n 300 lopers (exclusief de eerste hulp geleverd door het Rode Kruis) was er ook medische hulp nodig. "We zagen dit jaar opvallend veel mensen met serieuze klachten," vertelt Sandra, die samen met andere hulpverleners zorg verleende bij 36 kilometer, ter hoogte van de Kralingse Plas.
"Bij de finish was het op sommige momenten echt spitsuur," vult Martijn aan. Hij stond op het Weena na de finish, waar veel uitputtingsverschijnselen zichtbaar werden. "Tussen 2 uur 55 en 3 uur 05 finishtijden is er altijd een piek. Dan komen veel mensen tegelijk over de streep, die soms volledig over hun grens zijn gegaan."
Van hitteberoerte tot onderkoeling
De meest voorkomende klachten? Oververhitting, spierkrampen en in enkele gevallen hartproblemen. Sandra: "We zien mensen die in de war zijn, agressief reageren of letterlijk niet meer weten waar ze zijn. Dat zijn tekenen van een hitteberoerte. Dan telt elke minuut."
Koelen gebeurt razendsnel – met ijshanddoeken, ijswater en veel aandacht. "Het doel is om binnen een half uur de lichaamstemperatuur onder de 39 graden te krijgen," legt Martijn uit. "Maar na de finish zien we juist ook onderkoeling. Mensen vallen stil, krijgen rillingen. Dan moet je weer precies het tegenovergestelde doen."
Een goed geoliede machine
De medische zorg tijdens de marathon is een intensieve samenwerking tussen verschillende ziekenhuizen, het Rode Kruis, ambulancediensten en de marathonorganisatie. In totaal waren er dit jaar rond de 150 zorgverleners op vrijwillige basis actief langs het parcours.
"Elke medische tent is bemand met een mix van specialisten, arts-assistenten en verpleegkundigen," vertelt Sandra, die ook als coördinator fungeerde. "In onze tent hadden we twintig bedden. Het geeft veel voldoening om mensen die binnenkomen in zorgelijke toestand, daarna lopend de tent weer te zien verlaten."
Uiteindelijk werden slechts enkele mensen naar het ziekenhuis of de huisartsenpost doorgestuurd. De rest kon ter plekke geholpen worden.
Luister naar je lichaam
Voor toekomstige deelnemers hebben beide artsen duidelijke adviezen. "Luister naar je lichaam," benadrukt Martijn. "Als je merkt dat het niet gaat, neem gas terug. En sta je als toeschouwer langs de kant? Kijk goed om je heen – wie weet kun je iemand in nood helpen."
Sandra: "En train op de juiste momenten. Tijdens de Rotterdamse marathon is het vaak warm en veel mensen trainen ’s avonds als het koeler is. Dat maakt het verschil."
Volgend jaar weer
Voor Sandra en Martijn staat het al vast: volgend jaar zijn ze er weer bij. "Het is intensief, maar vooral ook heel dankbaar werk," zegt Sandra. "Je helpt mensen, voorkomt ziekenhuisopnames, en werkt samen met collega’s van allerlei disciplines. Dit is waarom we dit vak gekozen hebben."